Porsche 993 Carrera 4 (1994)
Van snackbar tot Carrera
Soms denk ik terug aan die ene winteravond. Ik was een jaar of negen en zat bij de jongensclub. Elke week kwamen we samen om te knutselen, spelletjes te doen en vooral veel te lachen. Het was altijd gezellig. Maar die avond was extra bijzonder: het was de seizoensafsluiter en dat betekende – jawel – patat halen bij de snackbar.
Jan Vooys
Ik zat daar met m’n bord friet en kroket, alsof het een feestmaal was. En toen zag ik hem: een man bij de vitrine, die maar één kroket bestelde. Eén. Ik weet nog dat ik dacht: “Wie doet dat nou? Eén kroket? Zielig joh.” Maar toen draaide hij zich om en sprak ons aan.
“Jongens,” zei hij met een grijns, “ik heb een héle snelle auto. Zin in een ritje?”
Dat klonk als het begin van een geheime missie. Geen twijfel, geen angst – we keken elkaar aan en liepen achter hem aan alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En daar stond ‘ie: een witte sportwagen. We propten ons erin, half gestapeld op elkaar, en toen de motor startte…
Wauw.
“Jongens,” zei hij met een grijns, “ik heb een héle snelle auto. Zin in een ritje?”
Dat klonk als het begin van een geheime missie. Geen twijfel, geen angst – we keken elkaar aan en liepen achter hem aan alsof het de normaalste zaak van de wereld was. En daar stond ‘ie: een witte sportwagen. We propten ons erin, half gestapeld op elkaar, en toen de motor startte…
Wauw.
Het voelde alsof we in een raket zaten. Het asfalt flitste onder ons door, de lichten trokken strepen in de nacht, en ik voelde iets wat ik toen nog niet kende: pure snelheid. Rauw. Magisch. Ik keek naar m’n vrienden – opgepropt, geen gordel te bekennen, maar iedereen had een grijns van oor tot oor.
De volgende dag vertelde ik het aan m’n buurjongen, m’n beste vriend. Ik beschreef die auto tot in de kleinste details. “Wit, laag, glanzend… echt bizar mooi.” Hij zei: “Kom, we gaan zoeken.” En jawel, een paar straten verder stond ‘ie gewoon. “Daar is ‘ie!” riep ik. En toen zei m’n vriend: “Dat is een Porsche 911. Daar rijdt de politie ook wel eens in.”
Op dat moment wist ik het zeker: dit was het. De vonk was overgeslagen. Het Porsche-virus had me te pakken. Ongeneeslijk – en dat vond ik helemaal niet erg.
Jaren later, na keihard werken, blijven dromen en een beetje geluk, stond ik daar. Naast m’n eigen Porsche 993 Carrera 4. De sleutel in m’n hand voelde niet als een stuk metaal, maar als een herinnering. Een belofte aan die kleine jongen in de snackbar. En misschien ook wel een knipoog van die man met z’n ene kroket.
Jan Vooys
De volgende dag vertelde ik het aan m’n buurjongen, m’n beste vriend. Ik beschreef die auto tot in de kleinste details. “Wit, laag, glanzend… echt bizar mooi.” Hij zei: “Kom, we gaan zoeken.” En jawel, een paar straten verder stond ‘ie gewoon. “Daar is ‘ie!” riep ik. En toen zei m’n vriend: “Dat is een Porsche 911. Daar rijdt de politie ook wel eens in.”
Op dat moment wist ik het zeker: dit was het. De vonk was overgeslagen. Het Porsche-virus had me te pakken. Ongeneeslijk – en dat vond ik helemaal niet erg.
Jaren later, na keihard werken, blijven dromen en een beetje geluk, stond ik daar. Naast m’n eigen Porsche 993 Carrera 4. De sleutel in m’n hand voelde niet als een stuk metaal, maar als een herinnering. Een belofte aan die kleine jongen in de snackbar. En misschien ook wel een knipoog van die man met z’n ene kroket.
Jan Vooys





